Eerste dagen

In de middag halen we de groep van het vliegveld met een aardig grote 20-persoons bus. Ze hebben een goede vlucht en ondanks veel overgewicht zijn er geen extra kosten in rekening gebracht. We vertrekken meteen naar Sims guesthouse waar iedereen meteen de fiets in elkaar begint te zetten en in de avond gaan we uit eten met de groep en Sandra en Mack.

De volgende morgen zoeken we een grote supermarkt op om in kopen te doen voor tijdens de fietstocht. We verkennen de buurt wat en komen bij een leuke markt terecht waar we nog een paar uur bij theehuis slijten. In de middag gaat de groep op de fiets nog een paar toeristenspots in de stad bezoeken en Sandra en ik ga op bezoek bij een politiebureau om een verklaring voor mijn gestolen camera te regelen, maar dat wordt niets. Ik zou terug moeten naar de plaats waar het gestolen is en daar aangifte doen. Dat is twee dagen met een bus reizen. Daar heb ik zeker geen zin in, maar daar is ook geen tijd voor. We besluiten om dan maar een ander politiebureau op te zoeken en te zeggen dat het in de stad is gebeurd en dan wel in de wijk waar het betreffende politiebureau ligt. We vertellen dat het in een lijnbus is gestolen waarna we doorverwezen worden naar de politie van het openbaar vervoer. We maken er dan maar snel van dat het bij het uitstappen van de bus is gebeurd waarna ons verhaal steeds ongeloofwaardiger wordt. Als we een plek aangeven waarhet gebeurd is blijkt dat ook nog op een plek te zijn waar een politiecamera hangt. Ze zullen uren aan film moet doornemen om te zien of er echt wat gestolen is en daarop zouden ze uiteraard zien dat ik daar nooit geweest ben. Hierop pakt Sandra het procesverbaal, scheurt het door en we gaan er vandoor. Weer een paar uur voor niets. in de vond gaan we weer met elkaar uiteten en de volgende dag moeten we nog een extra dag in de stad doorbrengen omdat er een fout met de treintickets is gemaakt en we pas een dag later vertrekken.

Eindelijk de dag van vertrek naar Lhasa. Een treintocht over het hoogst gelegen spoor ter wereld met als hoogste punt een 5200 meter hoge pas. Het is een enorme chaos op het station en het is maar goed dat we ruim op tijd zijn en voor de VIP ingang hebben gekozen waar we extra voor moeten betalen wat alleen nooit gebeurd is. Het is maar goed dat we dat gedaan hebben en eerder dan de andere passagiers met de fietsen de trein in mogen. Het spoor maakt een enorme omweg. Eerst noordwaarts, dan westelijk en dan zuidwaarts over het nieuwste en hoogste gedeelte dat slechts sinds enkele jaren geopend is. Het is interessant om te zien hoe we aan hoogte winnen en als we de 4000 meter naderen worden er zuurstogf maskers uitgedeeld tegen hoogteziekte. We hebben er weinig last van en dat hebben maar weinig reizigers op een enkele dikke oude Oosterijker na dan, die hier met een groot georganiseert reisgezelschap aanwezig zijn. Na een kleine 2 dagen komen we aan in Lhasa waar we op het station opgewacht worden door onze crew: Ishi, de Engels sprekende gids die geen Engels spreekt, Chambe, de chauffeur en Tashi de kok, die beiden uiteraard geen woord engels spreken. We reizen af naar het hotel waar we onze intrek nemen.

 

Dag 1

Op de foto de aankomst van Annemiek en Leo op de eerste hoge bergpas, de Kampa La op 4787 meter

We wilden een vroege start maken, maar dat ging niet door. Het had kunnen lukken want we zaten al bijtijds bij het ontbijt, maar helaas had Henk (Kroes) onze fietsen met zijn kabelslot aan elkaar geketend. Niets voor Henk om iets kwijt te raken, maar na alles driemaal uiterst zorgvuldig te hebben doorgenomen wisten we het zeker. Die gingen we niet meer terugvinden. De kabel bleek van een dermate dubieuze kwaliteit dat hij eenvoudig met een simpel ijzerzaagje in een niet al te lange tijd door te zagen was, maar toen de Tibetanen dit ook wilde doen met het asa fietsslot besloten we om in te grijpen omdat we toch zeker deze week nog wilden vertrekken. De fiets werd in de volgwagen ingeladen en wij fietsten er achteraan door de stad. Na een kilometer of 5 bereikten we een soort industrieel buurtje met wat ijzerzaken en met een paar minuten was het slot open en konden we verder.

Het duurde toch wel 20 kilometer voordat we de bebouwing van Lhasa achter ons gelaten hadden en we bij een rivier aankwamen die heel geleidelijk daalde. Het asfalt was goed en we vorderden snel wat we wel konden gebruiken na de late stad na het middag uur. We maakten even een paar stopt bij wat geschilderde boedha’s en een klooster en staken toen een grote brug over. Geregeld vragen wij ons af waarom de Tibetanen hier allemaal witte trappetjes op de rotsen schilderen. Het laagste punt had ons even beneden de 3400 meter laten dalen en nu ging het langzaam weer omhoog over een licht glooiend parcours door aangenaam terrein waarbij we regelmatig een soort zandduinen zagen en af en toe al een besneeuwde top in de verte. Op deze eerste vlakke dag van bijna 100 kilometer zouden we ergens aan de voet van de eerste klim gaan kamperen. We kwamen er al meteen achter dat onze Engels sprekende gids echt geen word Engels spreekt zodat we hem ook niet aan de voet van de pas zouden vinden. De klim begon en dat was voor iedereen even wennen op deze hoogte. Na een paar kilometer stopten we. Het zal toch niet zo zijn dat ze al de eerste pas van 4800 meter hoog al over zijn. De groep blijft wachten en ik ga vooruit om ze te zoeken. Na vijf kilometer vind ik ze op toch wel een erg mooie kampeerplek vanwaar een berg opreist met haarspeldbochten die in de verte nog te zien zijn. Het lukt me niet om telefonisch contact met de groep te maken zodat ik de volgwagen terugstuur om ze omhoog te laten komen. Een klein uurtje later komen ze aangefietst. Leo zit met zijn fiets in de vrachtwagen omdat zijn mountainbike die hij in Chengdu gekocht heeft niet goed afgesteld staat en ziijn ketting blijft doorschieten. Henk zijn achterwiel loopt te zwabberen omdat hij waarschijnlijk tijdens de vlucht een slag in zijn wiel heeft opgelopen. Na het het fantastische avondmaal van onze Tibetaanse kok fix ik beide problemen en daar zou het ook bij blijven. Morgen zijn we klaar voor de eerste pas.

 

Dag 2

We hebben de nacht doorgebracht op 3900 meter en starten de morgen met een stevig ontbijt van onze kok Tashi voordat we aan het klimwerk gaan beginnen. Gerrit gaat er al snel vandoor. Hij wil rustig in zijn eigen tempo fietsen en zich niet gehaast voelen wanneer hij omhoog gaat. Hij is zo’n uur vooruit voordat wij vertrekken. De weg is wederom prima geasfalteerd en het stijgingspercentage is zeer gematigd. Gemiddeld zo’n zes procent. Iedereen fietst in zijn eigen en men moet nog wennen aan het lage zuurstog gehalte in de lucht. Wegens de week fietsen in Sichuan ben ik natuurlijk al wat beter geacclimatisseerd, maar kortademigheid blijf ik toch ook op hoogte houden tot het einde van de tocht. Geen idee hoe lang het duurt voordat je longen en bloedplaatsjes zich volledig hebben aangepast aan hoogte. Zolang wij op hoogte zijn zouden we dit ook allemaal houden. Kortademig na een trapje van 5 treden, zelfs als je, je ‘s nachts omdraait in je slaapzak dan lig je te hijgen als een paard.

Halverwege de klim zie ik hoog boven me Gerrit fietsen. Ik zet 20 minuten aan en rijd naar hem toe waarna we even passeren. De rest komt nu ook bij. We vervolgen de klim en binnen een half uur van elkaar zijn we allemaal boven op de 4787 meter hoge Kamba La pas. Het uitzicht is schitterend. Beneden ons licht het prachtig blauwe Yamdrok tso meer met op de achtergrond besneewde bergtoppen van boven de 6000 meter hoog. We nemen wat foto’s en beginnen aan de korte maar fraaie afdaling naar het meer toe. Het resterende deel van de dag blijven we de licht glooiende weg langs het meer volgen totdat we de volgwagen 20 kilometer te vroeg zien staan. We zouden vandaag 90 kilometer doen en dat zijn er 70 geworden. dat betekend dat we er nu morgen 90 moeten doen. Volgens Ischi onze Engels sprekende Tibetaanse gids die drie woorden Engels spreekt is dat niet zo. Morgen doen we ook 70 kilometer. We zullen zien.

Voordat het eten klaar is besluit ik nog even door te fietsen naar een stadje een paar kilometer verderop. Ik kom een Tibetaan tegen die redelijk Engels spreekt omdat hij Engels leraar is en ik ga mee naar zijn klas waar ik in het Engels een kort lesje geef over reizen in Tibet.

Het kampement staat tegen een moeras aan en dat geeft nogal wat muggen, maar het uitzicht is weer overweldigend.

 

Dag 3

Gerrit start weer als eerste om een voorsprong op te bouwen en een uurtje later gaan wij onderweg. Na enkele kilometers fietsen we langs het stadje waar ik gisteren nog even een bezoek heb gebracht en dan krijgen we een vervelend stuk weg van 20 kilometer voor ons. Enorme rechte stroken vals plat tegen de wind in. Langzaam winnen we hoogte, maar het vals plat blijft erg lang. Pas op 7 kilometer voor de Karo La pas, de eerste van de 8 passen boven de 5000 meter begint het echte klimwerk en ook aardig steil. In een slakkentempo gaan we omhoog en vooral Henk heeft het zwaar. Ernstig buiten adem last hij regelmatig een korte pauze in. Ik besluit een stuk vooruit te fietsen om de groep vanaf de pas te filmen. Een kilometer voor de top haal ik Gerrit bij. Hij wacht even en zal even later samen met Leo op de 4010 meter hoge Karo La aankomen. Annemiek en henk volgen als laatste. Er staat veel wind op de pas en het voelt ijzig koud aan waardoor we snel aan de afdaling beginnen. Een paar kilometer onder de klim komen we uit onder aan de Kara La Gletscher. Een enorme toeristische attractie waar een menigte landcruisers geparkeerd staan met een leger hoofdzakelijk Chinese toeristen. Toeristenstalletje verkopen prullaria en de nederlandse fietsers moeten op de foto met de Chinese Landcruiser toerist. Snel dalen we weer verder om in alle rust te genieten van een prachtige afdaling. Annemiek en ik gaan vooruit en jagen elkaar flink op. We halen snelheden van 70 kilometer per uur. Na ruim 20 kilometer afdaling komen we bij een prachtige lunchplek uit en zitten we voor het eerst weer even in ons t-shirt uit de wind en in de zon.

Na de pauze vervolgen we onze prachtige afdaling die uiteindelijk over gaat in een glooiend op een neer gaande weg door een vallei heen totdat we de volwagen zien staan die veel te vroeg een kampement heeft gemaakt. Onze waardeloze gids Ischi heeft ons totaal weer niet begrepen. Gerrit die in de bus zag heeft het nog proberen ut te leggen, maar het heeft niet geholpen. Na twintig minuten arriveren Leo en Annemiek ook en die zijn beide ook al helemaal niet van plan om te stoppen zodat we ze de boel weer lateen inpakken en nog zeker 20 kilometer verder gaan. We krijgen nog een kleine klim langs een prachtig blauw meer die eindigt op de Sim La pas op 4349 meter waarna we weer verder dalen naar ons kamp voor de nacht na een nette dagafstand van 90 kilometer

 

Dag 4

Henk heeft het de eerste dagen erg zwaar gehad en dat is hem erg tegen gevallen. De laatste jaren heeft hij zonder problemen nog lange zware tours gemaakt zoals een tocht van 13.000 kilometer door Afrika en dat ging allemaal zonder problemen. Nu ervaart hij voor het eerst dat hij toch een dagje ouder wordt en dat is natuurlijk niet zo gek. Wie fietst er nou nog op zijn 71ste jaar een pas van 4800 en 5000 meter over. Ik met met mij velen hopen dat wij nog maar een beetje van Henk zijn conditie over hebben op zijn leeftijd, maar het is uiteraard confronterend dat je er op een bepaalde leeftijd achter komt dat je geen jonge god meer bent en dat het wat zwaarder gaat dan vroeger met de conditie. In het begin leek het erop dat Henk last van hoogteziekte had, maar nu lijkt het toch meer op vermoeidheid van het zware ziekte met algehele malaise tot hgevolg en vooral een gebrek aan eetlust wat de prestaties uiteraard ook niet bevorderd. Al snel had henk zoiets dat hij hier is om te fietsen en als dat niet gaat dan wil hij terug naar huis. Vandaag heeft hij gelukkig beslist dat hij mee gaat tot het einde en het wat rustiger aan gaat doen. Af en toe in de volgwagen als er een zware klim in het parcours zit. Wij zijn blij met zijn besluit en het is natuurlij ook het mooiste om met zijn allen samen in Kathmandu aan te komen.

Vandaag staat er een korte etappe op het programma naar het stadje Gyantse. Een van de Tibetaanse trekpleisters, maar eenmaal in de stad blijken wij daar niet erg van gecharmeerd te zijn. Het bekende toeristische klooster is echt een toeristische attractie geworden van wat commerciele boedhistische geldwolven. De entreeprijs is duur en ze proberen je zelfs een extra duur ticket aan te smeren. Binnen het complex proberen ze je bij ieder gebouw nog een apart fototicket te slijten. Zelfs wanneer je geen foto’s maakt komt er een boedhist naar je toe die een kaartje in je hand wil drukken. Wanneer je dat weiger omdat je inderdad geen foto’s maakt dan wordt je uitgemaakt voor “liar”(leugenaar). Zo had ik mij het boedhisme niet voorgescteld en zo is het volgens mij ook niet bedoeld, maardoor ik er al snel weer vandoor ga en het ook mijn laatste Tinbetaanse kloosterbezoek op deze tocht zal worden en ach ik heb het Potala in Lhasa gezien en dat was zeker de moeite waard. Als je dat hebt gezien dan valt de rest ook gewoon in het niet.

 

Dag 5

Henk voelt zich nog altijd niet lekker. Misselijk en hij kan zijn eten moeilijk binnen houden waardoor hij besluit om met de volgwagen mee te gaan. Vandaag is het de saaiste fietsdag met amper meer dan honderd hoogte meters. De bijna 100 kilometer lange route van Gyangtse naar Shigatze kan je vergelijken met polder zo vlak dat het is en daar zijn we natuurlijk niet voor naar de himalaya gekomen. Tot een paar jaar geleden was dit het enige stuk asfalt op de gehele Friendship highway. In hoog tempo hebben de Chinezen er dus 1000 kilometer asfalt van gemaakt. Op tijd in de middag arriveren we in Shigatze. We hebben het wel gezien met de commerciele boedhisten en dus bekijken we alleen de kloosters nog van de buitenzijde. We lopen wat door het stadje emn zien zowaar op het centrale plein nog koperen standbeeld van een fietsende toerist die volgens de groep wel erg veel op mij lijkt. In de avond eten we bij een traditioneel Tibetaans restaurant en we sluiten af met een afzakkertje in een cafetje vlak bij het hotel (met alweer een koude douche).

 

Dag 6

Het is vandaag weer een rustige dag met weinig klimwerk. op onze route ligt de Tra La pas. In de volksmond de Tralala pas en zo’n pas was het ook echt. Met twee vingers in je neus omhoog de Tralala pas op even boven de 4000 meter. De klim duurt slechts een kilometer of 3 en loopt geleidelijk waardoor ik lekker omhoog doorstamp en mijn snelheid nooit beneden de 18 kilometer per uur zakt. Het is weer een mooie fietsdag over glooiend terrein en we bereiken na 99 kilometer weer een mooie kampeerplaats.

 

Dag 7

In de morgen gaan we meteen klimmen naar de Langpa La pas naar een hoogte van 4520 meter. Henk gaat de truck weer in en zal vanaf de pas verder fietsen. Geriit vertrekt als eerste, Annemiek een half uur laterr en nog een half uur later volgen Leo en ik. Het is een prettige klim en van ver af kunnen we de gebedsvlaggen al zien die de passen hier markeren. Henk staat al te wachten op de pas. Annemiek komt enkele minuten voor mij op de top aan en Leo volgt even later. Gerrit heeft de afdaling alweer ingezet. We fietsen op de op 1 na langste weg in China. De langste is zo’n 7000 kilometer van de Grens van Pakistan en China (het einde van de karakorum Highway waar ik tweemaal eerder heb gefietst) naar Beijing en dan deze weg van bijna 6000 kilometer van Shanghai naar de nepalese grens. vandaag passeren wij het monument wat de 5000 kilometer markeert. We fietsen verder naar Lhatze, het laatste stadje in Tibet op onze route en na een halve dag komen we daar met 58 kilometer aan.

Het farmers guesthouse waar we nu tercht zijn gekomen heeft zelfs geeneens een koude douche. Annemiek en ik besluiten om het met een teiltje op onze kamer te doen. De rest van de groep zoekt het openbare douchegebouw van het stadje op dat een meter verder op ligt.

In de avond zitten we op de binneplaats nog een biertje te drinken met een paar gidsen van een andere toeristische groep die uiteraard goed Engels spreken zoals eigenlijk iedere gids die we hier onderweg tegenkomen. We hebben het dus bar slecht getroffen en voelen ons dan ook wel genaaid door ons met een waardeloze gids op te schepen. Eindelijk kunnen we eens een keer uitgebreid over de Tibetaanse cultuur en ook openlijk over de onderdrukking van de Chinezen. In een uur kom ik meer te weten dan dat ik de hele reis te weten zou komen van onze gids. Plotseling klinkt er geschreeuw. Tibertanen rennen weg en er wordt ons verzocht om hetzlfde te doen omdat de Chinese politie er aankomt. Daar hebben we helemaal geen zin in. We maken zelf wel uit of we nog een biertje bij het hotel drinken. Even later zijn alle Tibetanen verdwenen en een nminuut later komt er met groots vertoon een overmacht aan zwaarbewapende Chineze politie de binnenplaats binnen stappen. Nu krijgen we eindelijk echt eens iets te zien van de Chineze ondersrukking. We zijn omsingeld door een klein leger met kogelvrije vesten, helmen met vizier en machine geweren. Er schijnt in Tibet dus een soort samenscholingverbod te zijn na tien uur. Wij worden vriendelijk behandeld, maar iedere Tibetaan in het complex wordt flink aan de tand gevoeld. Elke kamer wordt binnegedrongen en iedere toerist wordt wakker geschud om zijn paspoort te laten zien. Tja, de tibetaanse autonomie in dit gebied is ver te zoeken.

 

Dag 8

In de morgen laden we de fietsen op en gaan onderweg. Voor ons ligt de tweede pas die over de 5000 meter heen gaat en de hoogste op de gehele route, de 5248 meter hoge Gyatso la pas. Gerrit is weer vooruit gefietst en Henk moet het eerste stukje ook op de fiets doen omdat er vlak na het stadje een pilitie checkpost zou zijn. Tja, een vage reden. Als er blijkbaar op je permit een fietsgroep staat dan zal je je zo ook voor de politie moeten presenteren. Dan maar even een stukje fietsen en straks de rest omhoog in de truck. Bij het wegrijden probeert Ishi me nog tegen te houden om mij het ontbijt te laten betalen wat ik echter helemaal niet hoor te doen volgens de afspraken die ik met het bedrijf heb gemaakt, maar door zijn slechte Engels valt dat weer niet uit te leggen en begint hij maar weer met zijn baas te bellen zodat ik aan de telefoon in het Engels uitleg kan gaan geven. Daar heb ik geen zin in. Ik wil nu de pas omhoog fietsen. De groep is al vertrokken. Ik zie het arme joch nog even wapperend met telefoon in zijn hand achter mij aanrennen, maar te vergeefs. ik ben al onderweg. Even later passeren we de politiepost en er wordt helemaal niets en niemand tegengehouden. De klim begint zeer geleidelijk en gaat dan na een kilometer of 10 wat steiler omhoog richting de 6 a 7 %. Ik heb zin om een stuk vooruit te fietsen en wanneer ik al ver in de klim gevorderd ben komt de truck bij pas voorbij. ik stop bij de bus en wacht op de rest. Ik merk dat Henk niet in de bus zit. Hij zat lekker in zijn vel en wil tch de hele klim doen. Even later zijn we weer bijeen en gaan we weer verder. Vlak voor de top krijgen we een harde tegenwind die het klimmen een stuk verzwaard en drie kilometer voor de pas staat onze vrachtwagen geparkeerd en wordt er druk aan onze lunch gewerkt. We zijn alweer verkeerd begrepen en ook al begrijp je ons helemaal niet dan mag je nu toch al eens na de zoveelste pas weten dat we nooit in de klim gaan lunchen. Iedereen fietst zonder al te veel te zeggen verder, de volgwagen wordt weer ingepakt en staat dan weer netjes op de pas te wachten wanneer we een voor een binnenkomen onder de boog van gebedsvlaggen door. Ze durven geeneens meer te beginnen met de lunch voordat wij ze het nu aangeven. Gerrit was als eerste vertrokken en komt vermoeid als laatste boven waarna hij even bij komt met een hazeslaapje in de gebedsvlaggen.

De afdaling is de vervelendste van het hele traject en dat wil zeggen een harde wind tegen waardoor je de hele afdaling mee moet trappen, maar het is wel weer een prachtige omgeving door een mooie vallei. Ik rijd ruim vooruit en merk alweer snel dat we niet begrepen zijn. De truck is alweer driftig aan het uitladen voor een kampplek en ze kunnen meteen weer inladen omdat ze 20 kilometer te vroeg gestopt zijn. We zouden bij Shagar stoppen en daar fietsen we dan ook verder naar toe om daar nog altijd met nog een paar uur daglicht aan te komen. Het is een leuk plaatsje waar we buiten nog even een paar biertjes drinken voordat we nog een kilometer verder rijden naar ons kamp.

Dag 9

Na het ontbijt vertrekken we en na ruim tien kilometer komen we bij de eerste serieuze Chinese checkpost op de route en dat zou ook de enige zijn waar je niet zo langs zou fietsen op de gehele Friendship Highway. Als je deze met een redelijke omweg in de nacht zo passeren dan zou dat te doen moeten zijn en dus zou het mogelijk moeten zijn om de gehele Friendship Highway zonder permits te doen. Dan heb je alleen nog even het probleem om de grens naar Nepal over te komen. Het lijkt er echter meer op dat de checkpost hier is omdat je hier je permit voor Everest Basecamp moet halen. We vullen wat formuliertjes in en al snel kunnen we weer verder.

We verlaten de Friendship highway voor twee dagen en zijn dan ook eindelijk van het veel te gladde en strakke asfalt af. Na een paar kilometer passeren we bij de ingang van een klein dorp een checkpost waar de permits afgestempeld worden en gaan we verder over overigens aarig goede gravel. De klim begint zeer geleidelijk met enorm veel switchbacks, maar het is echtr een verademing om eens van het asfalt verlost te zijn en dat vinden we allemaal. Na drie uur klimmen bereik ik de pas. Voor me ligt een hoog bergmassief, maar Mount Everest kan ik nog niet onderscheiden. Het is zonnig, maar na een tijdje wordt het fris met het windje wat er staat. Een half uur na mij komt Annemiek boven. Henk en Leo zouden vijf kwartier later volgen. Henk zou het zwaar hebben waardoor Leo bij hem is gebleven. Annemiek en ik dalen alvast af. Het is een prachtige afdaling. Over de gravel en stenen halen we afdalingen tot tegen de 70 kilometer. Na 2 kilometer gaat het even fout nadat met een snelheid van boven de 50 mijn stuurtas overspringt en met volle vaart mijn Nikon spiegelreflexcamera over het wegdek heen stuitert. Ik schrik me rot, maar ditmaal heb ik geluk met de camera. Hij doet het nog steeds. We dalen verder en krijgen nu een prachtig stuk afdaling waar bij de uitgeholde bochten in kommen lopen zodat je niet hoeft te remmen, maar gewoon als een indoor fietsbaan in de bochten wordt gedrukt zonder al te veel te hoeven sturen. Na het grottste deel van de afdaling te hebben gehad zien we de truck staan voor de lunch.

Na de lunch gaan Gerrit en Henk weer in de truck. Wij dalen verder over geleidelijker terrein, maar wat wel ontzettend slecht is met erg veel wasbord. Na een korte pauze in een laatste dorp voor everest Basecamp fietsen we nog 20 kilometer door naar een mooie kampeerplek van waar we voor het eerst zicht krijgen op Mount Everest, Chomonlungma zoals de Chinezen en Tibetanen hem noemen of Sagarmatha in het Nepalees. Tijdens de zonsondergang krijgt de berg een prachtige gouden gloed. Het is de tweede keer dat ik hem zie. De eerste maal was 13 jaar geleden in 1996. Toen aan nepalese zijde. Daar kan je alleen de top zien die verscholen zit achter de Nuptse en de Lhotse. Hier ligt hij helemaal vrij en maakt daardoor een imposantere indruk. Morgen gaan we er naartoe fietsen!

 

Dag 10

De weg blijft slecht, maar stijgt op het eerste gedeelte van de dag geleidelijk. Na een uur bereiken we een laatste dorpje op de route waar we even pauzeren. Na het dorp wordt de route nog slechter met erg veel wasbord. Het is een enorm gezoek om een vlak stukje te vinden. We fietsen met zijn drieen. Leo heeft het zwaar aangezien hij vannacht een paar keer moest overgeven en aan de diarree is. Regelmatig worden we gepasseerd door een landcruiser die niet al te veel moeite met het wegdek blijken te hebben. Langzaamaan komen de hoge bergreuzen van de himalaya dichterbij en pas enkele kilometers voor het Rongbok klooster krijgen we de machtige noordwand van Mount Everest te zien. Enorm imposant en zeker indrukwekkender dan van de van de Nepalese zijde. Na het klooster is het nog een uur naar basecamp waar het wel heel toeristisch is waardoor wij het ook maar weini9g interessant vinden. Het staat helemaal volgebouwd met slaap en restaurant tenten en het echte klimmers basecamp van Everest is verderop, maar daar mag je niet komen zonder klimpermit. Onze eigen kok kookt in de restaurant tent en niet al te laat gaan we allemaal slapen voor een bijzonder slechte nacht. De hoogte doet ons slecht. We hebben geen last van hoogteziekte, maar slapen zeer verward van de kortademigheid en hallucinaties. Het uitzicht is echter super en zeker veel beter dan het toiletgebouw!

 

Dag 11

In de morgen is het flink mistig en koud en hebben we geen zicht meer op Mount Everest. We gaan weer met zijn drieen op de fiets en beginnen aan de verschrikkelijke wasbord afdaling. Wat een gestuiter, af en toe krijgen we een kleine bypass en daar maken we graag gebruik van om even aan de ribbels te ontsnappen. Langzaam fietsen we de bewolking uit en na anderhalf uur zitten we weer in de volle zon en zijn we bij de zeer kleine wegafsplitsing die je heel makkelijk kan missen waar we een kleine vallei ingaan terug op weg naar de Friendship highway bij de plaats Tingri. Er zit flink wat steil klimwerk in, maar het bevalt ons erg goed. Smalle onvoorspelbare wegetjes zo had het er op de route vaker uit mogen zien. We pauzeren vlak bij een klein dorpje en de bewolking en regen kruipen weer naar ons toe. Na de pauze is het nog een kilometer of 5 fietsen naar de eerste van een dubbele pas boven de 5000 meter. Het laatste stuk is zeer geleidelijk, maar het slechte wegdek maakt het moeilijker evenals de harde tegenwind. Soms lukt het maar net om de fiets op koers te houden over de grote stenen maar dat maakt het nu ook juist des te leuker. Op e pas staat de bus te wachten en na een half uurtje arriveren Leo en annemiek ook. Na een korte afdaling volgt de tweede pas en daarmee de zesde pas boven de 5000 meter. Henk fietst ook weer verder en dus beginnen we met zijn vieren aan de slechte maar prachtige afdaling. Wat een gestuiter. We komen een heel steil stuk van zon’n 20 procent tegen en bijna gaat het fout. De truck voor ons me begint te scharen en even verwacht ik dat hij op zijn kant zal gaan. Het gaat maar net goed. Gerrit zit lijkbleek van schrik naast de chauffeur.

We vervolgen de afdaling die alsmaar mooier wordt en denderen door een prachtige vallei over mountainbike parcour naar beneden. Annemiek en ik zijn ver vooruit en denken het dan slim aan te pakken door kleine paden te nemen die op het oog de snelste route lijkt, maar we komen bedrogen uit. We komen in een wirwar van riviertjes terecht en moeten weer een heel eind terug zodat we later dan de rest aan komen. 500 meter voor we het sfalt bereiken ga ik in de afdaling nog even stevig onderuit, maar het valt mee. Alleen wat schaafplekken. Nu is Annemieik vandaag de enige in de afdaling die niet gevallen is. Even later bereiken we het asfalt en rijden we Tingri binnen, een kleine plaats van weinig betekenis, met maar een leuk nepalees restaurantje waar we de avond rondbrengen. De plaats herbergt wederom alleen maar hotelletjes met koud water en in ons hotel moeten we het zelfs met alleen een teil water doen.

 

Dag 12

Na een kaart gepost te hebben bij het lokale postkantoor vertrekken we weer op de fiets vanuit Tingri. We zitten weer op prachtig glad, te glad en nieuw asfalt. Zo ontzettend goed dat je je op een splinternieuwe Nederlandse weg waant, maar dan op 5000 meter hoogte. De weg begint geleidelijk aan te stijgen op weg naar de laatste 2 passen boven de 5000 meter. Nummer 7 en 8. Onderweg krijgen we een prachtig uitzicht onder andere op de 8068 meter hoge Xixabangma. 1 va de 14 bergen boven de 8000 meter op aarde. Eenmaal op de pas aangekomen wordt het uitzicht nog indrukwekkender. Overal om ons heen zien we enorme witbesneeuwde bergmassieven. Het schijnt dat we vandaag veel geluk hebben. Een Tibetaanse gids die hier al jaren werkt zegt het nog nooit zo helder gezien te hebben. Na de pas volgt een afdaling van 8 kilometer gevolgt door weer een klim van 8 kilometer naar de laatste pas. W feliciteren elkaar en maken ons op voor de langste afdaling ter wereld. We gaan 160 kilometer afdalen ver Nepal in voordat eindigen op 500 meter. Wat betekend dat we 4700 meter naar beneden gaan denderen. De eerste dertig kilometers zijn zo voorbij, maar dan krijgen we storm tegen zodat we flink mee moeten trappen naar beneden en op die manier komen we amper boven de 15 kilometer per uur uit. Leo en ik verrichten het kopwerk om de anderen uit de wind te houden en zo fietsen we door naar het einde van de dag waar onze gids Ishi nou eindelijk eens een goede kampeerplek heeft gekozen naast een klein restaurantje waar we heerlijk kunnen opwarmen. Van achter het raam hebben Annemieik en ik een geweldig uitzicht op Gerrit die in windkracht 8 een tent probeert op te zetten wat totaal niet werkt. Hilarisch, maar ja je moet er bij zijn geweest

 

Dag 13

Gelukkig is de wind vandaag weer verdwenen en kunnen we in een heerlijk zonnetje aan de tweede dag van de langste afdaling ter wereld beginnen. De snelheden vliegen weer omhoog, zelfs naar 76 kilometer per uur. Bij Nyalam (het Chineze woord voor gateway to hell!) op 3800 meter krijgen we nog een kleine klim en bij die plaats nuttigen we een vervroegde lunch. We fietsen nog een halve kilometer na de plaats omhoog en passeren een kleine pas met gebedsvlaggen, waarna we een prachtige vallei induiken die ver beneden ons loopt. Langzaamaan bereiken we de boomgrens even boven de 3000 meter. Wat een genot, dit is echt een prachtig stuk. Je weet gewoon niet waar je moet kijken. Fantastisch! Vroeg in de middag bereiken we de grensplaats Zangmu waar we intrek nemen in een leuk hotelletje met dakterras. In de avond verkennen we het plaatsje, bezoeken een cafetje en genieten van ons laatste Chinese avondmaal.

 

Dag 14

In een klein reataurantje hebben we ontbijt. Ishi probeert me weer te laten betalen, maar dat lukt uiteraard niet omdat het in het totaalpackage van de tour zit. We dalen een paar kilomneter af naar een eerste grenspost. hier nemen we afscheid van de kok omdat hij geen permit heeft om verder te gaan. de gids en de chauffeur mogen tien kilometer verder naar de friendship bridge om daar de bagage uit te laden. We dalen verder af naar de brug en krijgen daar de officiele bagagecheck en de paspoortcontrole. Gelukkig geeft het geen problemen met mijn Chinese visum dat twee dagen verlopen is. Reisgidsen worden op elke foto gecheckt op Tibetaans propaganda materiaal en regelmatig worden er ook reisgidsen in beslag genomen. Vrij snel zijn we er doorheen en kunnen we de brug over naar de nepalese zijde waar we onze volgwagen en nepalese gids ontmoeten. We halen de Nepalese visa op en dalen verder af naar het Last resort dat een 20 kilometer na de grens ligt. Een prachtige afdaling over erg slecht asfalt en dat is echt een genot na al dat strakke Chinese asfalt. Een uurtje later zijn we bij het last resort. waarvoor we eerst een smalle hangbrug over een diepe kloof moeten passeren met daarop een van de hoogste bungee jumps ter wereld van 160 meter. Het is een prachtig exotische resort. Een mooie eerste aanraking met Nepal.

 

Dag 15

De laatste fietsdag voert ons over iets meer dan 100 kilometer naar Kathmandu. De eerste helft van de dag loopt de afdaling verder naar het laagste punt van de afdaling op 500 meter hoogte waarna we een laatste klim krijgen naar 1800 meter. We lunchen op het plaatsje bij de rivier op 500 meter. Er gaat een berg vis in en naderhand schrik ik van de belachelijk hoge prijs voor Nepalese begrippen. Ik heb geeneens genoeg geld bij me zodat ik geld moet lenen van de gids en nog een deel in Chinese Yuan/ RMB/ Kwai moet betalen. We beginnen aan de klim emn die neemt een aantal uren in beslag. Als we boven zijn gekomen wordt het al bijna donker en dus gaan we snel verder omdat we toch nog wel een paar uur te fietsen hebben. Normaal gesproken wordt het traject wat wij vandaag fietsen ook in twee dagen afgelegt. Anemiek en ik denderen weer naar beneden de kathmanduvallei in. Leo en Henk doen het rustiger aan. De laatste dertig kilometer de stad in is het een grote file. Er is met de fiets zelfs amper langs te komen en de weg is vrijwel geheel onverhard geworden, wat tamelijk lastig is in het donker zonder verlichting. gelukking schijnt het verkeer ons nog enigszins bij. Het is flink stof happen tot we weer asfalt bereiken in het centrum. Verkeersagenten die vrijwel op ieder kruispunt in de stad staan hebben totaal geen idee hoe de rest van de stad er uit ziet zodat ik zeker twintig keer de weg moet vragen voordat we hotel Manaslu pas om negen uur ‘s avonds vinden. Ee netjes hotel, maar niet echt interessant en wat te ver afgelegen van Thamel, het centrum van Kathmandu. We hebben nog drie dagen om de stad te verkennen.